Geuronderzoek

Geurhinder is een ernstig probleem. Zeker in en om de woning, waar mensen zich op hun gemak moeten kunnen voelen, vormt het een bedreiging voor menselijk welbevinden en de gezondheid. Industrie, wegverkeer en landbouw zijn belangrijke bronnen van geurhinder in Nederland. In het Nationaal Milieubeleidsplan van 1989 was de doelstelling voor het landelijk gemiddeld percentage geurgehinderden 12 % in 2000. Volgens het CBS wordt dit percentage in 2001 nog overschreden. Voor het jaar 2010 geldt als doelstelling geen ernstige hinder.

Bij vergunningssituaties waar geur bij vrijkomt moet de hindersystematiek worden toegepast. Deze hindersystematiek is een hulpmiddel voor de vergunningverlener om tot een goede afweging van een acceptabele geurhinder te komen. Hierbij staat de redelijkheid van emissie en hinder voorop. Wij beschikken over de kennis en ervaring om zowel bedrijven als overheden te adviseren in dit traject.

Indien nodig kan er afhankelijk van de situatie voor verschillende soorten onderzoek worden gekozen:

Indicatief:
– literatuurstudie
– klachtenregistratie
– klachtenanalyse

Kwalitatief:
– bevolkingspanel
– hinderenquetes
– emissiemeting of snuffelploegmeting met verspreidingsberekening

Kwantitatief:
Emissiemeting of snuffelploegmeting met
– hedonische schaal
– hinderenquete
– immissiegegevens
– analyse van vergelijkbare situaties

Literatuurstudie

Wij beschikken over emissiegegevens van veel soorten bedrijven, waardoor we vaak een redelijke schatting kunnen maken van de te verwachten geuremissie bij een vergelijkbaar bedrijf. Uit deze schatting blijkt of er een geurprobleem zou kunnen optreden.

Klachtenregistratie en klachtenanalyse

De klachtenregistratie is een middel om inzicht te krijgen of en in welke mate er een geurprobleem is. De kwaliteit van het onderzoek is sterk gebiedsafhankelijk. Met behulp van een klachtenanalyse kan vervolgens worden bepaald welke bronnen in welke mate verantwoordelijk zijn voor een eventueel geurprobleem.

Bevolkingspanel en hinderenquête

Met behulp van een bevolkingspanel of een hinderenquête wordt de hinder gemeten. Bij gebruik van een bevolkingspanel wordt een panel gevraagd de hinder structureel bij te houden. Eventueel kan het panel optredende klachten verifiëren. Met behulp van een analyse kunnen we vaststellen welke bedrijven verantwoordelijk zijn voor een mogelijk geurprobleem. Een hinderenquête geeft een goed beeld van de hoeveelheid hinder die per categorie (b.v. verkeer of landbouw) ervaren wordt, maar biedt geen mogelijkheden tot bronidentificatie.

Geuremissiemetingen en hedonische schaal

Met behulp van geurmetingen kan de geuremissie van een bron bepaald worden. Afhankelijk van het type bron (gekanaliseerd, een passief oppervlak, een doorstroomd oppervlak, diffuus, enzovoorts), het emissiepatroon en andere relevante kenmerken wordt een bijpassende monstername strategie toegepast. De geurmonsters worden binnen 30 uur na de monstername geanalyseerd in het geurlaboratorium van Buro Blauw. Buro Blauw is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor het uitvoeren van olfactometrische analyses volgens de Europees / Nederlandse norm NEN-EN 13725.

In veel gevallen zijn aanvaardbare geurhinderniveau’s verbonden aan de aangenaamheid van de geur. De aangenaamheid kan worden gekwantificeerd met behulp van de hedonische schaal: een waardering van uiterst aangenaam (+4) tot uiterst onaangenaam (-4). Buro Blauw is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor het uitvoeren van hedonische analyses conform de voorschriften in de norm NVN 2818 (2005).

Klik hier voor de volledige scope van verrichtingen waarvoor Buro Blauw geaccrediteerd is.

Contactpersoon

Voor meer informatie met betrekking tot geurmetingen kunt u contact opnemen met
Erik Verhaaf (projectleider metingen): 0317 – 466 695 / erik.verhaaf@buroblauw.nl; of
Jacco Löwer (projectleider geurlaboratorium): 0317 – 466 681 / jacco.lower@buroblauw.nl